Help: letselschade, wat nu?

We spreken van letselschade indien je, ten gevolge van een onrechtmatige daad van een derde, schade opliep in de zin van een al dan niet blijvend letsel (T. STIGT, "De Letselschade Richtlijnen per 1 januari 2015 gewijzigd", Schademagazine 2015). Aangezien het bij een dergelijke opgelopen schade om een onrechtmatige daad van een derde gaat, zal je deze mogelijks aansprakelijk kunnen stellen en van hem een schadevergoeding kunnen eisen. Hoe dat precies in elkaar zit? Wij schetsen voor u kort de hoofdlijnen.  

Aansprakelijkheid- In de eerste plaats verdient het begrip 'aansprakelijkheid' enige verduidelijking. Eigenlijk moet de aansprakelijkheid gezien worden als de verplichting om de gevolgen te dragen van de schade ten gevolge van de persoonlijke foutieve (niet-)handeling (B. COOPMAN, et al.Aansprakelijkheid en risico's voor bestuurders van vzw's, Oxford-Antwerpen, Intersentia, 2004, p. 5). In de praktijk veronderstelt een dergelijke aansprakelijkheid met andere woorden drie grondvereisten, namelijk: (i) Jij moet effectief schade opgelopen hebben; (ii) Die schade moet het gevolg zijn van een foutief handelen van een derde; (iii) Er moet bovendien een zogenaamd causaal verband zijn tussen beide. Indien aan deze drie voorwaarden voldaan is, dan is er grond om de derde aansprakelijk te stellen en een eventuele schadevergoeding te vorderen.   

Schadevergoeding - Een schadevergoeding moet, zoals het woord eigenlijk al aangeeft, zoveel mogelijk de opgelopen schade vergoeden. Een schadevergoeding is daarbij geen boete, maar moet een en ander herstellen in de toestand zoals het voordien was. Bij schade aan een wagen valt dit meestal nog makkelijk te begroten, maar bij lichamelijke schade is dit heel vaak een pak moeilijker. Hoe begroot je immers een blijvend litteken, een blijvend lichamelijk ongemak (al dan niet gepaard gaande met een eventuele arbeidsongeschiktheid) of levenslange pijnklachten? Hier kan men in de eerste plaats de Letselschade Richtlijnen raadplegen. Deze richtlijn begroot bijvoorbeeld een vergoeding van € 1.000 tot € 1.850 bij een herstelperiode van vier tot zes maanden (incl. medische behandeling). Afhankelijk van de kwalificatie in een bepaalde categorie, wordt een andere vergoeding begroot (B. WEEMAES, Normering van schadebegroting in Nederland, p. 7, geraadpleegd van http://arno.uvt.nl/show.cgi?fid=121190).   

Bijzondere gevallen - Van aansprakelijkheid tot het begroten van de schadevergoeding: dat het niet steeds een korte en praktische berekening is moge duidelijk zijn. Dan moeten we eigenlijk ook nog eens aanhalen dat er soms bijzondere situaties zijn, situaties waar handig gebruik van gemaakt kan worden indien de solvabiliteit van de aansprakelijke mogelijks een probleempunt vormt. Gaat het bijvoorbeeld over werk-werkverkeer, dan is zo goed als altijd de werkgever ook aansprakelijk, en ook tijdens bijvoorbeeld woon-werkverkeer kan dat het geval zijn - maar daar is de bewijslast iets moeilijker.   

Conclusie
Wat er ook van moge zijn: iedere situatie is duidelijk maatwerk en heel vaak zal een juridisch expert zich moeten opdringen. Aansprakelijkheidsrecht is ontegensprekelijk een ingewikkelde materie, zeker wanneer je de volledige opgelopen schade evenredig wilt begroot zien. Voor verder, degelijk advies kunt u bijvoorbeeld terecht bij Van Pijkeren & Van Aken Advocaten

Delen